Dave Riley & Bob Corritore – Travelin’ The Dirt Road Deluxe Reissue Reviews

Alt Country (Netherlands)
Blues Blast Magazine
Concert Monkey (Belgium)
Blues Blues (UK)
Blues Town (Netherlands)
Concert Monkey (Belgium)
In A Blue Mood
Paris Move (France)
Reflections In Blue
Rootstime.be (Belgium)
Sound Guardian (Hungary)


Paris Move (France) (October 22, 2020)

À ne pas confondre avec l’un de ses homonymes (son cadet de onze ans décédé le soir de Noël dernier, qui fut ingénieur du son, bassiste et guitariste pour George Clinton et Sly Stone, ainsi que son propre punk band, Big Black), Dave Riley arbore un curriculum plaqué authentique et certifié par les plus rigoristes ayatollahs du blues. Né en 1949 à Hattiesburg, Mississippi, il y fit ses premiers pas sur la plantation de coton qu’y géraient ses grands-parents, tandis que ses propres géniteurs étaient partis chercher une hypothétique fortune à Chicago. Fils d’un prédicateur, il n’en développa pas moins tout jeune un intérêt pour la musique du diable, en grandissant au mitan des sixties dans les faubourgs de la Windy City. Bien que formé à l’école orthodoxe du gospel, sa proximité avec le fameux marché du dimanche matin sur Maxwell Street lui valut l’une de ses premières addictions. Enrôlé dans l’armée à peine adolescent, la guerre du Vietnam lui adjoignit en outre une propension à l’alcoolisme dont il mit 25 ans à se défaire. Chargé de famille, il n’en exerça pas moins l’emploi de maton au Joliet State Penitentiary (remember le surnom de Jake Elwood dans les Blues Brothers?). Un quart de siècle plus tard, il se produisait lors du Chicago Blues Festival, avec son propre rejeton (Dave Riley Junior) à la basse, avant qu’un accident de voiture ne lui brisât les cervicales. En Europe, on eût tôt fait de classer l’affaire au registre fataliste du “quand ça veut pas, ça veut pas”, mais pourquoi pensez-vous donc que Boris Cyrulnik se décarcasse? Après deux CDs sous son nom, et en dépit de la disparition de son sparring partner (l’harmoniciste John Weston), ce fut Bob Corritore qui vint littéralement déloger Dave Riley at home pour enregistrer ce petit bijou de downhome blues. Dans la veine du “Got My Mojo Working” de Muddy Waters, “I’m Not Your Junkman” offre à Corritore l’occasion de se prendre pour James Cotton, tandis que la plage titulaire donne l’impression d’entendre Slim Harpo adapter “Rock Me Baby” avec Wild Child Butler au soufflant. C’est irrésistible, car avec son timbre vocal éraillé (évoquant celui de Magic Slim), Dave Riley insuffle au gumbo tous les arômes de son Delta natal. Présentant les deux complices seuls au monde, le délicieux “Overalls” rappelle le duo que formèrent trente ans durant Sonny Terry et Brownie McGhee, et les 7’34 du slow “Come Here Woman” (librement inspiré du “Come On In This House” de Junior Wells) offrent à Corritore l’occasion de se lancer dans un étourdissant solo tournoyant : sans doute l’un des sommets les plus pétrifiants de cette rondelle. C’est l’apanage des musiciens inspirés que de pouvoir développer leur talent sans jamais susciter la moindre lassitude, et nos deux complices le démontrent ici à l’envi, sur “Let’s Have Some Fun Tonight” et “Way Back Home” (démarqués tous deux du “Everything’s Gonna Be Alright” de Walter Jacobs), ainsi que “My Baby’s Gone” et “Doggone Blues” (dignes de l’époustouflant “Muddy Mississippi Waters Live” en 1979), ou encore du terrassant “Voodoo Woman, Voodoo Man” (toujours bien entendu dans la veine de ces brigands de Buddy Guy et Jr. Wells). Tout en se positionnant parfois en retrait (mais le plus fréquemment en soutien, voire à l’affût), Corritore endosse ici les rôles alternatifs de bras droit et de proche lieutenant, rejoignant à ces rôles fondamentaux de grands aînés tels que Walter Jacobs, Paul Oscher, Jerry Portnoy et Walter Horton. Avec les renforts ponctuels de l’excellent pianiste Matt Bishop, ainsi que du master of Chicago beat Tom Coulson et du brillant guitariste Johnny Rapp, Dave Riley (qui avait à nouveau enrôlé son rejeton homonyme à la basse) délivrait il y a treize ans déjà dix des plages ici rééditées. Décidément, ce foutu Bob avait tout pigé: comme l’art pictural et le bon vin, le blues nécessite souvent quelques années avant que l’on puisse apprécier son millésime à sa juste valeur. Avec l’ajout de deux inédits non moins roboratifs, cette collection s’octroie désormais le statut de classique. Faut-il vous l’emballer?

– Patrick Dallongeville


Concert Monkey (Belgium) (October 23, 2020)

Travelin’ The Dirt Road’ van Dave Riley & Bob Corritore is de eerste release uit de ‘From The Vault Series’ van Bob Corritore. Bob Corritore is een Amerikaanse mondharmonicaspeler die op 27 september 1956 in Chicago werd geboren. Zijn leven veranderde voorgoed wanneer hij op twaalfjarige leeftijd voor het eerst Muddy Waters hoorde op de radio. In minder dan één jaar leerde hij mondharmonica spelen. Bob zocht contact met de grote harpspelers, zoals Big Walter Horton, Little Mack Simmons, Louis Myers, Junior Wells, Big John Wrencher en Carey Bell. Van hen kreeg hij veel mondharmonica tips en aanmoedigingen. In 1981 verhuisde Bob naar Phoenix, Arizona, waar hij in 1986 begon samen te werken met voormalig Howlin’ Wolf drummer Chico Chism. Die samenwerking duurde twintig jaar, tot Chico in 2007 overleed. In 1991 opende Bob de inmiddels beroemde blues & roots club, The Rhythm Room. In 1999 bracht Bob zijn debuutalbum ‘All-Star Blues Sessions’ uit. In 2005 bracht Bob de Rhythm Room All-Stars, met Big Pete Pearson, naar het Marco Fiume Blues Passions Festival in Italië. Hierdoor kwam er heel wat Europese interesse voor het vurig mondharmonica spel van Bob Corritore. In 2007 ontving Bob een ‘Keeping The Blues Alive’ Award van de Blues Foundation. In datzelfde jaar werd ‘Travelin’ The Dirt Road’, een samenwerking met Dave Riley, genomineerd voor een Blues Music Award. In 2011 won het album ‘Harmonica Blues’ van Bob Corritore & Friends een Blues Music Award voor Best Historical Blues Release. In 2013 werd ‘Ain’t Nothing You Can Do’, de schitterende samenwerking met John Primer, gekozen tot Best Blues Album Of 2013 door het Duitse Blues News Magazine. Een jaar later kreeg Corritore ook een Blues 411 Jimi Award voor Beste Mondharmonicaspeler. In mei van dit jaar verscheen ‘The Gypsy Woman Told Me’, de derde samenwerking tussen Bob Corritore en John Primer. Dave Riley werd geboren in Hattiesburg, Mississippi, op 18 maart 1949. Zijn ouders verhuisden naar Chicago toen hij een klein kind was, waardoor Riley en vier broers en zussen onder de hoede van zijn grootouders geplaatst werden. Riley’s grootouders bezaten katoenvelden en de jonge Dave Riley moest meewerken op deze velden. Riley begon gitaar te spelen toen hij negen jaar oud was, maar het werd pas serieus toen hij in 1961 naar zijn ouders verhuisde in Chicago. Na de middelbare school ging Dave bij het leger. Het was in die periode dat hij een concert van Jimi Hendrix bijwoonde en die zijn kijk op de muziek veranderde. In 1998 brak Dave Riley zijn nek bij een auto ongeluk. Hij leerde stilaan terug gitaar spelen en bracht in 2002 twee albums uit. In 2007 volgde ‘Travelin’ The Dirt Road’, een samenwerking met Bob Corritore.

‘Travelin’ The Dirt Road’ werd in 2007 genomineerd voor een Blues Music Award als beste album. Het is deze samenwerking tussen Dave Riley en Bob Corritore die nu als eerste release wordt uitgebracht in ‘From The Vault Series’ bij Vizztone Label Group. ‘From The Vault Series’ zijn historische blues opnames uit het archief van Bob Corritore. Als extra krijgen we op deze release twee nog nooit uitgebrachte songs. Dave Riley schreef tien van de twaalf songs op het album. De andere komen van de hand van John Weston. De opener ‘I’m not Your Junkman’ is één van de twee songs die door John Weston werden geschreven. Het is een vrolijke Chicago bluessong met opwindende gitaar riffs van Dave Riley en hypnotiserend mondharmonica werk van Bob Corritore. Dave Riley heeft een zoete, aangename stem, die wat aan Magic Slim doet denken en hij weet het nummer met veel overtuiging te brengen. De titeltrack ‘Travelin’ The Dirt Road’ is een opwindende Delta bluesrocker. De ritmesectie, met drummer Tom Coulson en bassist Dave Riley Jr. zorgen voor een uitstekende stuwende groove. Mondharmonicavirtuoos Bob Corritore strooit het gehele nummer kwistig rond met pittige en opwindende harp riffs. Voor ‘Overalls’ keren Dave en Bob terug naar de akoestische blues. De akoestische gitaar van Dave en de mondharmonica van Bob vormen hier de enige begeleiding voor Dave’s stem.

Met zijn zeven minuten en vierendertig seconden is de Chicago slowblues ‘Come Here Woman’ het langste nummer op dit album. Dave zingt het nummer met veel gevoel en passie en instrumentaal is het met volle teugen genieten van het overweldigend mondharmonicawerk van Bob Corritore. Met zijn kenmerkende stijl kruidt hij het gehele nummer met zijn heerlijke mondharmonica riffjes en hij zet de kers op zijn instrumentale prestatie met een meer dan uitstekende solo. Niet alleen Bob Corritore schittert in deze knappe slowblues ook de gitaristen Dave Riley en Johnny Rap zullen je kunnen bekoren met hun gevoelvolle en prachtige snarensolo. ‘Let’s Have Some Fun’ is een lome bluesshuffle, waarin het vocale en het gitaarwerk van Dave Riley rechtstreeks uit zijn blues hart komt. Het shuffle ritme blijft, maar het wordt wel heel wat swingender in het heel dansbare ‘My Baby’s Gone’. De sterke steeds terugkerende mondharmonica riff van Corritore is heel bepalend voor de sound van ‘My Baby’s Gone’. Toetsenist Matt Bishop brengt met zijn fris en levendig pianowerk een extra touch toe aan dit uitstekende nummer. Met ‘Voodoo Woman, Voodoo Man’ krijgen we Chicago blues in de stijl die we kennen van Muddy Waters. Voodoo of zwarte magie blijft een dankbaar onderwerp dat dikwijls terug komt in de bluesmuziek. Hier levert Dave Riley misschien wel zijn beste gitaarwerk op dit album af. We horen weer een grootse Bob Corritore die schittert met weergaloos zuig en blaaswerk op zijn kleine mondharmonica. Ook hier is pianist Matt Bishop weer een aanwinst voor de sound van het nummer. Spijtig dat hij maar op drie nummers mag meespelen want hij is zeker een aanwinst voor dit soort muziek.

De vrolijke Delta bluesshuffle ‘Way Back home’ wordt gespeeld vanuit het hart. Het spelplezier hoor je zo in de stem van Dave. Het is heel anders in de bluesballade ‘Doggone Blues’, waarin we veel verdriet en weemoed horen in de stem van Riley. In deze song vertelt Dave het verhaal van een man en zijn hond. Zijn bijtend gitaarwerk raakt je tot in de kleinste vezels van je lichaam en ook het mondharmonicawerk van Corritore straalt veel verdriet en weemoed uit. ‘Doggone Blues’ is het tweede nummer op dit album dat niet door Dave Riley geschreven werd, maar wel door zijn vriend John Weston. Met ‘Country Tough’ en ‘Friends’ krijgen we twee nog nooit eerder verschenen songs. Het eerste is een uptempo bluesnummer, waarin de rokerige stem van Dave Riley op zijn best klinkt. Het gitaarwerk van Dave bevat heel wat Magic Sam invloeden. In de vrolijke bluesshuffle ‘Friends’ strooit Bob Corritore weer gretig rond met uitstekende mondharmonica riffs. Het album wordt afgesloten met het korte, nog geen twee minuten durende, ‘Safe At Last’. Het is een akoestisch Delta blues nummer met wat country en gospel invloeden. De stem en de akoestische gitaar van Dave Riley en de mondharmonica van Bob Corritore zijn ruimschoots voldoende om dit album op een klasrijke wijze af te sluiten. ‘Travelin’ The Dirt Road’ van Dave Riley & Rob Corritore blijft na al die jaren nog steeds een uitstekend album. Voor degenen die het album nog niet moesten hebben is deze eerste release van ‘From The Vaults Serie’ misschien wel een ideale manier om dit album in huis te halen. Zeker de liefhebbers van de blues en van de mondharmonica zullen genieten van dit prima album.

– Walter Vanheuckelom

Reflections In Blue (October 2020)

Bob Corritore has dedicated his life to the preservation of those blues sounds he fell in love with as a child. He has taken every opportunity to perform with the blues greats and to do everything in his power to support and promote their work. Over the years he has amassed a considerable amount of audio footage. One of his most recent ventures is a “From The Vaults” series that includes previously unreleased material. The first release in the series, Dave Riley & Bob Corritore / Travelin’ the Dirt Road is a reissue of the 2007 album of the same title, complete with additional footage. Bob is joined by Dave Riley (guitar & vocals), Dave Riley Jr. (bass), Johnny Rapp (guitar), Matt Bishop (piano: tracks 6, 7 & 8), Tom Coulson (drums), and Paul Thomas (bass: tracks 6 & 8). The album is gritty, with an understated elegance. The recordings, culled from three sessions from 2005 to 2006, are incredibly well produced. Corritore knows the sound he’s looking for and knows how to get it. While there are only two previously unreleased tracks, they are well-worth the purchase price. – Bill Wilson


Blues Blues (UK) (October 28, 2020)

Now a 15 year institution, the Mississippi and Chicago duo of guitarist/vocalist Dave Riley and harmonica ace/producer Bob Corritore have expanded and reissued their long out of print 2007 album, Travelin’ The Dirt Road. Comprising the original album plus two unissued originals from those initial sessions, it is the first of a ‘From The Vaults’ series that Corritore is bringing us from his own library of recordings. They open with the upbeat I’m Not Your Junkman. Riley’s smoky vocal is immediately evident and it is complimented by Corritore’s renowned harmonica style. Riley adds guitar and at times he rings off notes just like picking leaves from a tree. The song itself is about a man who has had enough of trash talk and telling his partner to take her trash to the junkyard. It’s the only song on the album not written by Riley himself, this one being from the pen of John Weston. They take on the mantle of guitar/harp duos very well and this is personified in the title track as Corritore’s wailing harp offsets this straight and simple rhythmic Blues. It’s not a fully electrified album as we can hear with the acoustic Overalls. This is a strange tale of someone wearing overalls and not really willing to disclose what’s underneath, or so I think. Come Here Woman is a slow Chicago Blues with sustained harmonica playing showing Corritore’s perfect breathing technique. At seven and a half minutes, it’s a rambling Blues with both playing to a high standard and Riley just giving it that authentic feel. The down and dirty Let’s Have Some Fun Tonight is a passionate shuffling Blues which has Riley playing from the heart but I’m sure he’ll agree that he’s not the best guitar player in the world. My Baby’s Gone is played in an upbeat Howlin’ Wolf fashion despite the theme of losing a partner. Deep tones from Corritore with some added rocking piano. Gritty, experienced vocal tells you that Dave’s been there and lived it. The Muddy Waters style Chicago Blues of Voodoo Woman, Voodoo Man probably just gets my vote of track of the album but it is close. This is slow and deliberate with a classic Blues theme, Riley’s strings sometimes vibrating like a buzzing bee and Corritore warbling away on his harp. Throughout the album we go from Mississippi to Chicago and back again (sometimes in one song) and Way Back Home is a perfect example. However, this chugging 12 bar Boogie could relate to anyone looking for their own way back home. Riley has turned in his best guitar work on the last two tracks and they obviously had a good time recording this one, given the laughter at the end. Doggone Blues is a tale of a man and his dog. Slow and from the Delta, it’s a touching tune. One of the things that comes out of the album is that of Riley’s gruff, sometimes gritty, smoky voice and on Country Tough he uses it to its best. This song has Dave coming across as a man who has seen, and done, some things. They close with two short ones and I suspect that these are the added tracks. An upbeat shuffling Blues, Friends and an acoustic Delta/Country Blues, Safe At Last which I’m sure Sonny Terry & Brownie McGhee would have been proud of. Kid Ramos and Henry Gray will be the next releases from Bob Corritore’s vaults. Keep an eye out for those as hopefully they’ll be of the same quality as Travelin’ The Dirt Road.

In A Blue Mood (October 30, 2020)

Blues can be a very simple music. Simple guitar riffs and crying harmonica accompaniment for heartfelt vocals can get to the listener’s heart. This simplicity forms the core of the music by the duo of Dave Riley and Bob Corritore. A Mississippi native, Riley grew up in Chicago, played in a family gospel group, and showed stuff on guitar by Pops Staples. After serving in Vietnam and playing in soul circles, he met Jimmy Reed, who helped shaped his musical outlook. But even more important was meeting Frank Frost after moving back down south. He then started playing with Frost and Sam Carr as well as having associations with John Weston, Pinetop Perkins, and Arthur Williams. This post-war delta style forms the basis of Riley’s music. He is joined by his partner, Bob Corritore, a solid harmonica player who has been a blues hero as a record producer, blues radio announcer, concert promoter (at Phoenix’s The Rhythm Room), and an extremely adept harp player.

“Travelin’ the Dirt Road” is a reissue of their first album that initially came out in 2007 on the Blue Witch label. Two previously unissued selections have been added. Riley’s guitar and vocals and Corritore’s harmonica are supported by guitarist Johnny Rapp, drummer Tom Coulson, and either Dave Riley Jr. or Paul Thomas on bass. Matt Bishop adds piano to three selections. This album is a straightforward recording of Chicago to Mississippi juke joint music in the manner of Frank Frost, the Jelly Roll Kings, and Jack Johnson.

Riley’s sings with a horse delivery. If his vocals lack subtlety, he compensates with honest delivery. The backing band is tight behind him. There are touches of Jimmy Reed boogies; Howlin’ Wolf shuffles; and familiar themes as the vibrant title song whose melody evokes “Rock Me Baby,” with Corritore wailing on harmonica. “Overalls” is a lively acoustic duet between the two. “Let’s Have Some Fun Tonight” is an engaging reworking of Little Walter’s “Everything’s Gonna Be All Right.” I suspect the guitar fills are from Johnny Rapp on this selection.

Other selections of note include the nicely paced shuffle, “Way Back Home,” the brooding hoodoo blues “Voodoo Woman, Voodoo Man,” and the boogie “Friends (one of two previously unissued tracks).” There is also the Muddy Waters’ styled “Doggone Blues,” Riley’s old partner John Weston wrote. Matt Bishop’s piano contributes to the appeal of this performance. There may not be anything fancy about the solid juke joint blues on this recording, but it is most welcome to hear this music played so well and with so much feeling.

Rootstime.be (Belgium) (October 2020)

De muziek van Dave Riley laat zich niet makkelijk omschrijven. Dave bewaart de traditie van de blues maar voegt er nieuwe dimensies aan toe. Zijn unieke stijl, krachtig, intens en emotioneel, slaat een brug tussen The Dixiehummingbirds, Jimmy Reed en Jimi Hendrix ! Dave Riley werd geboren in Hattiesburg, Mississippi waar gospel deel uitmaakte van ieders leven. Op zijn negende maakte hij zich al snel de gitaar eigen. Hij zong en speelde gospel tot 1967 toen hij het leger inging. Tijdens zijn legerdienst raakte hij in de ban van Jimi Hendrix. Hij kwam ook in contact met Albert King, Howlin’ Wolf, Jimmy Reed en Wes Montgomery en startte blues te spelen. Dave leidde een band die opende voor o.a. Bob Hope en James Brown bij gelegenheid van USO shows in Azië. In 1973 trok hij zich terug uit de muziek om zich te wijden aan de opvoeding van zijn zoon en ging werken als cipier in de Joliet State Penitentiary. In 1997 liet hij zich door de legendarische Frank Frost overhalen om weer in een bluesband te gaan spelen.

Inmiddels zijn de voorgangers van Dave Riley & Bob Corritore, “Travelin’ The Dirt Road” (2007), “Lucky to Be Living” (2009) en “Hush Your Fuss!” (2013), uiterst positief ontvangen en kunnen we nu van hun heruitgebracht debuut “Travelin’ The Dirt Road” opnieuw genieten. “Country Tough” en “Friends” werden nu als nog niet uitgeven nummers toegevoegd. Riley trok begin jaren ’90 veel op met Frank Frost en John Weston, de artiesten die in Chicago zijn carrière meer vorm gaven. “Lucky To Be Living” was dan ook meer een eerbetoon aan deze heren waardoor er verschillende songs van beide bluesmannen terug te vinden waren op deze plaat. Op “Travelin’ The Dirt Road” horen we vooral eigen werk, want naast twee songs van John Weston, zijn alle songs van Riley zelf. Het resultaat is een genietbare en zeer gevarieerde mix van stemmingen, waardoor het album de luisteraar voortdurend blijft boeien. Nu is virtuositeit niet alles, want vooral in dit genre moet je ook in staat zijn de luisteraar in het hart te raken. Met de indringende zang van Riley lukt dat bijzonder goed. Hij heeft een rustig klinkende stem waarmee hij u keer op keer weet te raken.


Sound Guardian (Hungary) (November 5, 2020)

U doista pravoj poplavi novih izdanja odlučio sam se ipak odvojiti svoje vrijeme za album prvotno objavljen 2007., dakle prije punih 13 godina, a sam album nastajao je tijekom 2005. i 2006. Sada, točnije 23. listopada, izdavačka kuća VizzTone Label Group uz medijsku promociju vrlo agilne i susretljive Amy Brat iz njezine BratGirlmedia donosi nam nastupni album sjajnog harpista Boba Corritorea i izuzetnog blues glazbenika Davea Rileyja “Travelin The Dirt Road”. I da, ovo je zapravo prvi od tri albuma iz serije “From The Vaults” Boba Corritorea kojeg ću vam predstaviti.

Da, znam, malo kasnim, ali s obzirom da se radi o reizdanju uz dodatak pjesama koje nisu uvrštene u prvo izdanje sada je ta početna slika zaokružena.

Kako je ipak ovo nastupni album, dao sam mu prednost ispred drugog izdanja koje upravo danas ima svoj “street date”, no znam da to i nije toliko važno. Ono što je važno je snažan glazbeni naboj i snaga koja dolazi od nevjerojatno impresivnog majstora usnjaka i apsolutno “deep down south” određenog Davea Rileyja. Zajedno su itekako odredili neke nove norme u bluesu, ali jednako tako su pokazali kako se taj “old school blues” prezentira i kako je u ustvari njihova priča i suradnja bila ispunjena kompletnim blues ugođajem u ama baš svakom segmentu glazbenih postulata koje važe za blues.

Album u potpunosti pokazuje prirodnu glazbenu kemiju i prijateljstvo koje u konačnici rezultira čistim bluesom. Album je prošireno reizdanje njihovog debitantskog albuma, nominiranog za Blues Music Award 2007., izvorno objavljeno za Blue Witch Records.

Moram priznati da mi je itekako drago što je VizzTone Label Group prepoznala značenje ovih albuma koje ću vam predstaviti iz ove doista vrijedne i na neki način povijesne serije “From The Vaults”.

PREPORUKA:
Je li smiješno nakon 13 godina po prvom izdanju albuma davati preporuku? Pa baš i nije, jer duboko i istinski vjerujem da je doista mali broj onih koji su već 2007. imali ovaj album i to osobito u ovom dijelu Europe. Naravno, čast iznimkama ali teško je uvijek sve pratiti, to je priča koja se samo vrti i raste i svakim danom postaje sve veća i snažnija.

Izvorni gitarist i pjevač Dave Riley i haprist Bob Corritore svojim nastupnim albumom “Travelin ’The Dirt Road” vode slušatelja na istinsko i produhovljeno glazbeno putovanje Deltom. U produkciji Boba Corritorea, “Travelin ‘The Dirt Road” donosi nam u originalnojm izdanju 10 skladbi , dok nam se ovdje nudi 12 pjesama izuzetno moćnog “down-home bluesa”. Deset skladbi potpisuje Dave Riley i dvije (“I’m not your Junkman” i “Doggone Blues”) napisao je njegov prijatelj (i bivši kolega iz benda ), pokojni John Weston.

Na kraju, važno je za istaknuti da su se Dave i Bob upoznali tamo negdje 2002. i ubrzo su postali bliski prijatelji ali i glazbeni suradnici. Rileyjev “škripavi” vokal oplahivan muljevitom Mississippijem i istinskom “down home blues” gitarom te pasioniranom, strastvenom i punom svirkom Bobova usnjaka dobili smo blues utovar koji se doista rijetko čuje.

Ako ste slučajno propustili ovaj album iz tko zna kojeg razloga sada je jedinstvena prigoda da to obavezno učinite. Vjerujte mi, nećete požaliti.





Blues Blast Magazine (November 13, 2020)

Originally released on Blue Witch records in 2007, Bob Corritore has remastered and updated this great album of 10 original Dave Riley cuts and a pair of tunes written by Dave’s longtime friend and bandmate John Weston. Recorded over three sessions in 2005 and 2006 in Tempe, AZ, the songs feature the fine guitar and vocals of Dave Riley and the always stellar harp of Bob Corritore. Two of the tracks are newly released. Joining Dave and Bob are Johnny Rapp on guitar for 10 tracks, Matt Bishop on piano for a pair of cuts, Dave’s son Dave, Jr, on bass for 8 songs, Paul Thomas on two tracks on bass, and Tom Coulson on drums for 10 tracks.

Riley goes acoustic with Corritore in support without backing on a pair of cuts, “Overalls” and Safe At Last.” Both have a great down home, front porch feel to them, where one can imagine being in the Mississippi Delta on a hot afternoon sipping some iced tea or lemonade and listening to these two just play and sing effortlessly and joyfully. The album opens with the swinging “I’m Not Your Junkman,” a song about Dave’s trash talking woman. There is some nice guitar work and of course Corritore blows impressive harp. The title track follows, a driving cut with impressive harp soloing. “Come Here Woman” follows the first acoustic cut, a slow and low down and dirty blues. With harp and ax laying it out for us. “Let’s Have Some Fun Together” is next and features a pretty instrumental opening. More great harp and guitar and, of course, Riley’s passionate vocals.

The pace picks up a bit with “My Baby’s Gone;” Riley sings that he moans for his baby but the pacing expresses hope. We get a nice piano solo here, the first of three. “Voodoo Woman, Voodoo Man” is up after that, more slow blues with expressive vocals, harp and guitar and some piano thrown in the mix for fun, too. Up next is “Way Back Home” where Riley plays and sings with intensity. Corritore stays solidly great and the piano adds dimension to the mix. “Doggone Blues” features more slow and pretty blues. The guitar and harp are intense and the vocals are filled with grit. “Country Tough” picks up the pace again tempo-wise and offers variety. A big guitar intro opens “Friends” as Riley again sings with passion and Corritore plays more mean harp. The other acoustic cut concludes the album.

Bob Corritore’s vault of music is like a diamond mine; it has so many gems in it ready for the picking, cleaning up and releasing. I enjoyed listening to and reviewing their first collaborative album together Lucky To Be Living in 2009 on Blue Witch (along with 2013’s Hush Your Fuss! and relish finally adding this set of tunes to my collection. It’s really great stuff!

– Steve Jones





Alt Country (Netherlands) (November 21, 2020)

Mondharmonicavirtuoos Bob Corritore is een grote mijnheer in de Amerikaanse blues scene. Vanuit zijn thuishaven Phoenix, Arizona bestiert hij al decennialang een studio, een club en een platenlabel. Voor zijn bijdragen aan de blues heeft hij inmiddels talloze onderscheidingen ontvangen. Los daarvan maakt hij gewoon uiterst genietbare platen. Solo (in 1999 en 2014) of in allerlei samenwerkingsbanden. Terwijl hij zijn muzikale partners vol in de schijnwerpers laat schitteren kleurt Corritore op bescheiden wijze de nummers in met fraai mondharmonicaspel. Met enige regelmaat duikt hij zijn schatkamers in en komt op de proppen met een juweeltje uit zijn imposante archief. Travelin´ The Dirt (met Dave Riley) en The Phoenix Sessions (met Kid Ramos) zijn daar goede voorbeelden van. De samenwerking met toetsentovenaar Henry Gray (Cold Chills) met grotendeels niet uitgebracht werk, is aangekondigd voor 23 december.

Dave Riley woonde als kind op de katoenplantage van zijn grootouders in Mississippi en verhuisde als puber naar Chicago waar hij later samenspeelde met de groten der blues, zoals Howlin’Wolf, Muddy Waters, Junior Wells en Buddy Guy, dus aan geloofwaardigheid geen gebrek. Deze authenticiteit horen we ook terug in zijn diepgegroefd stemgeluid. De bijzondere samenwerking van dit goed ingespeelde duo duurt nu al zo’n vijftien jaar, maar Travelin The Dirt Road is een heruitgave van hun debuutalbum uit 2007, aangevuld met twee extra tracks. Gesteund door voortreffelijke Phoenix sessiemuzikanten brengen zij met veel overtuiging oorspronkelijke down-home blues, waarin de geest van een vroege Muddy Waters nadrukkelijk rondwaart. Het merendeel van de nummers is mid-tempo met een vrij opgewekte vibe. Ze worden afgewisseld met enkele tragere nummers waarvan met name de hartekreet Come Here Woman messcherp door de ziel snijdt.

– Bert van Kessel





Blues Town (Netherlands) (November 2020)

Mondharmonicavirtuoos Bob Corritore is een grote mijnheer in de Amerikaanse blues scene. Vanuit zijn thuishaven Phoenix, Arizona bestiert hij al decennialang een studio, een club en een platenlabel. Voor zijn bijdragen aan de blues heeft hij inmiddels talloze onderscheidingen ontvangen.
Los daarvan maakt hij gewoon uiterst genietbare platen in steeds andere samenwerkingsverbanden , waarbij hij de schijnwerpers overlaat aan zijn partners en hij zelf bescheiden de nummers inkleurt met fraai mondharmonicaspel. Met enige regelmaat duikt hij zijn schatkamers in en komt op de proppen met een juweeltje uit zijn imposante archief. Twee nieuwe titels zijn daar mooie voorbeelden van. Een derde release, een samenwerking met toetsentovenaar Henry Gray, is al aangekondigd.

Dave Riley woonde als kind op de katoenplantage van zijn grootouders in Mississippi en verhuisde als puber naar Chicago waar hij later samenspeelde met de groten der blues, zoals Howlin’Wolf, Muddy Waters, Junior Wells en Buddy Guy, dus aan geloofwaardigheid geen gebrek.

Deze authenticiteit horen we ook terug in zijn diepgegroefd stemgeluid. De bijzondere samenwerking van dit goed ingespeelde duo duurt nu al zo’n vijftien jaar, maar ‘Travelin The Dirt Road’ is een heruitgave van hun debuutalbum uit 2007, aangevuld met twee extra tracks. Gesteund door voortreffelijke Phoenix sessiemuzikanten brengen zij met veel overtuiging oorspronkelijke down-home blues, waarin de geest van een vroege Muddy Waters nadrukkelijk rondwaart.

Het merendeel van de nummers is mid-tempo met een vrij opgewekte vibe. Ze worden afgewisseld met enkele tragere nummers waarvan met name de hartekreet Come Here Woman messcherp door de ziel snijdt.

– Bert van Kessel